Vanaf het moment dat er sprake is van (een vermoeden van) seksueel misbruik, is het belangrijk dat het vermoedelijke slachtoffer wordt veiliggesteld, opgevangen en begeleid.
Tegen de vermoedelijke pleger (cliënt of medewerker) moeten eventueel (tijdelijke) maatregelen worden getroffen, maar het is ook belangrijk te bezien welke opvang en begeleiding nodig is.

Begeleiding of behandeling?
De keuze welke begeleiding of behandeling noodzakelijk is, is afhankelijk van diverse omstandigheden waaronder: de aard, duur en ernst van het misbruik en de gevolgen die het misbruik voor deze specifieke persoon heeft. Dit moet per situatie worden bekeken.
Er is een belangrijk verschil tussen begeleiding en behandeling. Begeleiding zal bijna altijd aan de orde zijn omdat die is gericht op de dagelijkse omgang met het slachtoffer. Begeleiding is een taak van de opvoeders / begeleiders.
Behandeling is gericht op de aanpak van de gevolgen van seksueel misbruik en gebeurt door gespecialiseerde deskundigen.
Een diagnostisch onderzoek is belangrijk om te bepalen of begeleiding voldoende is, of dat specifieke behandeling nodig is. Behandeling is niet altijd noodzakelijk. Vaker zal het mogelijk zijn om via begeleiding binnen de dagelijkse situatie het slachtoffer te helpen het gebeuren te verwerken, al dan niet met ondersteuning van deskundigen.

Transfer naar het dagelijkse leven
Wanneer behandeling plaatsvindt is het, in verband met de transfer naar het dagelijkse leven, belangrijk dat die wordt afgestemd met de dagelijks geboden begeleiding. Dit houdt ook in dat begeleiders / opvoeders weet hebben van belangrijke zaken die tijdens de behandeling aan de orde komen, zodat zij daarbij in het dagelijkse gebeuren kunnen aansluiten. Omgekeerd is het ook belangrijk dat de behandelaar een beeld heeft van de leefsituatie van het slachtoffer.
Bij alle begeleiding en hulp is het van wezenlijk belang rekening te houden met wensen van het slachtoffer om hem of haar zoveel mogelijk de regie weer terug te geven (bijvoorbeeld de wens van een vrouwelijke begeleider / hulpverlener).

Hieronder worden de belangrijkste elementen van eerste opvang, diagnostiek, begeleiding en behandeling benoemd.

Eerste opvang slachtoffer
Bij het bieden van eerste opvang aan het slachtoffer staan de volgende zaken centraal:

  • Veiligstellen van het slachtoffer.
  • Herstel van het gewone leven.
  • Voorkomen dat slachtofferschap wordt bekrachtigd, bijvoorbeeld doordat het slachtoffer bij iedereen haar verhaal doet (één iemand aanwijzen waarbij slachtoffer verhaal kwijt kan)
  • Bekrachtingen wat goed gaat.
  • Weten wat het slachtoffer nodig heeft door hem / haar te raadplegen en te volgen. Voorkom handelen vanuit eigen interpretaties / aannames (bijvoorbeeld de deur op slot doen omdat dit veiliger zou voelen).

Diagnostiek
Er is een verschil tussen diagnostiek bij een vermoeden en diagnostiek na vastgesteld misbruik.
Diagnostiek bij een vermoeden is nooit gericht op waarheidsvinding! Bij diagnostiek gaat het er niet om wat er precies is gebeurd. De waarheid kan alleen door de politie worden opgespoord.
Het diagnostisch onderzoek is ook niet gericht op wát er precies is gebeurd. Ook niet niet wanneer het politieverhoor onvoldoende opgeleverd mocht hebben. Seksueel misbruik is geen diagnose, dus hier kan geen onderzoek naar worden gedaan.

Diagnostiek bij een vermoeden van seksueel misbruik

  • Bij voorkeur vindt een diagnostisch onderzoek plaats na het politieverhoor. Het kan echter zijn dat er te weinig feiten en signalen zijn, waardoor ook de politie niets kan ondernemen. Dan kan diagnostisch onderzoek nodig zijn om duidelijkere signalen boven tafel te krijgen.
  • Op grond van klachtgedrag worden met behulp van onderzoeksmiddelen een aantal richtinggevende en toetsbare hypothesen opgesteld, waaronder die van seksueel misbruik. Hierbij worden ook rapportages en verslagen betrokken.
  • Daarnaast vindt een interview plaats met het vermoedelijke slachtoffer. (Dit wordt bij voorkeur op videoband opgenomen i.v.m. een mogelijk justitieel onderzoek). Vraagstelling: hoe kunnen signalen begrepen worden en watis de beleving van de betreffende cliënt?
  • Vervolgens wordt een onderzoeksrapport opgesteld waarin signalen en gedrag worden beschreven. In het verslag wordt niet gesteld ”dat” het misbruik heeft plaatsgevonden en wie de dader zou zijn. Het onderzoeksrapport wordt besproken met (externe) collega’s en eventueel met de politie.

Diagnostiek na (vastgesteld) seksueel misbruik

  • Het diagnostisch onderzoek is gericht op het duidelijk krijgen welke gevolgen het misbruik heeft gehad. Wat de beleving is van het slachtoffer? Zijn er problemen in het gedrag? Op welke wijze en in welke mate is het slachtoffer getraumatiseerd? Hoe kan het slachtoffer het best worden geholpen het trauma te verwerken? Wat is er nodig om herhaling te voorkomen?
  • Bij deze diagnostiek wordt ook de cognitie en de emotionele draagkracht van de persoon betrokken om te bezien of en hoe deze persoon de gevolgen kan verwerken (openleggen of toedekken). Ook wordt de seksuele ontwikkeling in kaart gebracht in verband met de preventie van seksueel misbruik in de toekomst.
  • Op grond van het onderzoek wordt vastgesteld welke begeleiding en/of behandeling al dan niet is geïndiceerd.

”’Begeleiden van slachtoffers van seksueel misbruik
”’Het begeleiden van slachtoffers is gericht op het hanteren van de situatie en de ontwikkeling van de de persoon binnen zijn/haar leefomgeving, inclusief de ervaring met seksueel misbruik. Het is de taak van begeleiders / opvoeders in de directe leefsituatie van het slachtoffer en dient een onderdeel te zijn van het begeleidingsplan. Bij het begeleiden van een slachtoffer is het belangrijk rekening te houden met de emotionele, lichamelijke en sociale gevolgen van het misbruik.
Begeleiding is vaak van onbepaalde duur en richt zich bij slachtoffers op:

  • Het herstel van het gewone leven: een gezond evenwicht bieden tussen specifiek begeleiden en het gewone dagprogramma (leuke dingen blijven doen);
  • Vertrouwen bieden en veilig maken van de leefwereld (reduceren van stressfactoren);
  • Bieden van structuur en houvast;
  • Vergroten van de controle / regie over het leven;
  • Bekrachtigen wat goed gaat (slachtofferschap niet bekrachtigen, dit vermindert de weerbaarheid en bekrachtigt het gevoel van zwak en weerloos te zijn);
  • Openheid en betrouwbaarheid in de communicatie.

Behandeling van slachtoffers van seksueel misbruik
De behandeling is gericht op het aanpakken van de gevolgen van seksueel misbruik met als doel het verwerken of een plaatsgeven van het misbruik in het leven van het slachtoffer. Behandeling vindt plaats op een bepaald tijdstip in een specifieke behandelruimte. Behandeling is van tijdelijke aard.
De behandeling:

  • komt (logisch) voort uit algemeen psychodiagnostisch onderzoek (indicatiestelling).
  • start na (multidisciplinaire) consensus over het nut en doel van de therapie.
  • maakt onderdeel uit van het zorgplan, sluit aan bij de dagelijkse begeleiding en heeft veel aandacht voor de transfer naar het dagelijkse leven (goede communicatie / overleg tussen therapeut en direct betrokkenen).
  • werkt volgens duidelijk omschreven doelstellingen en werkwijzen.
  • wordt uitgevoerd door een therapeut met specialistische deskundigheid.

Met dank aan Marianne Heestermans, ASVZ Zuid West, voor het gebruik van haar (cursus) materiaal.

Literatuur

  • Aarts, P.G.H. en Visser, M.D. (red.), Trauma, diagnostiek en behandeling, ICODO Houten; Diegem Bohn Stafleu Van Loghum, 1999. (class=”MsoNormal”)
  • Belie, E., de; Lesseliers, J., Ivens, C., en Hove, G., van (red.), Seksueel misbruik van mensen met een verst. handicap, handboek preventie en hulpverlening, Acco, Leuven / Leusden, 2000.
  • Douma, J., (et.al.), Verstandelijke handicap en seksueel misbruik, Lemiscaat, Rotterdam, 1998.
  • Heestermans, M. en Jelles, J., OPL Maartensdijk, in cursus omgaan met vragen rond seksueel misbruik, voor NIZW, Utrecht, 2001 / 2002;
  • Herman, J.L., Trauma en herstel: de gevolgen van geweld, van mishandeling thuis tot politiek geweld, Wereldbibliotheek, Amsterdam, 1993