De afgelopen jaren ontwikkelen steeds meer organisaties voor dienstverlening aan mensen met een handicap, beleid ten aanzien van seksualiteit en de preventie en aanpak van seksueel misbruik. Toch blijkt de vormgeving en met name de implementatie van dit beleid geen makkelijke zaak. Het vraagt nogal wat van een organisatie en haar medewerkers en cliënten. Het zijn veelomvattende onderwerpen die veel met normen, waarden, grenzen en ethiek te maken hebben en dus niet kunnen alleen worden ‘gepakt’ in protocollen of beleidsdocumenten.

Thema’s in beleid
Onderzoek naar de stand van zaken van beleid en praktijk rond seksueel misbruik in de gehandicapten sector maakt duidelijk dat er vele vragen spelen.
Een greep uit de meest voorkomende vragen:

  • Hoe zorg je dat zowel medewerkers als cliënten hun vragen, dilemma’s en behoeften voldoende vertaald zien in beleid en praktijk?
  • Hoe voorkom je dat seksualiteit als exclusief (?)onderwerp wordt gezien?
  • Hoe voorkom je dat de aandacht doorslaat naar de andere kant, het negatieve en het misbruik?
  • Hoe bereik je dat het kopje ‘lichaamsbeleving en seksualiteit’ daadwerkelijk wordt ingevuld in het begeleidingsplan?
  • Wat is er nodig om preventie effectief te laten zijn?

Beleid vertalen in richtlijnen
Toch is het belangrijk dat organisaties die schriftelijk hun visie en beleid hebben geformuleerd dit beleid vertalen in concrete richtlijnen. De omgang met de thematiek en het bepalen van grenzen mag immers niet aan individuen worden overgelaten. Dit zou willekeur en niet professioneel handelen met zich mee kunnen brengen.
Ook vragen wet- en regelgeving om een helder beleid om seksueel misbruik / seksuele intimidatie te voorkomen en er in voorkomende gevallen tegen op te treden. Organisaties hebben hierbij een tweeledige verantwoordelijkheid: als zorgaanbieder en als werkgever.

Seksualiteitsbeleid in brede context
Een belangrijk uitgangspunt is dat het beleid rond seksualiteit en seksueel misbruik is ingebed en gebaseerd op en is ingebed in een actief beleid rond gewenste en ongewenste omgangsvormen (bejegeningsbeleid). Hiermee wordt voorkomen dat het beleid losstaat van het algemene beleid en het bevorderd dat seksualiteit deel uitmaakt van de alledaagse begeleiding. Ook wordt voorkomen dat de aandacht vooral uitgaat naar het zogenaamde ‘reactiebeleid’: het melden van en handelen na gesignaleerd of geconstateerd misbruik. Hierdoor zouden alle intimiteit en seksualiteit in een negatieve sfeer terecht kunnen komen.
Wanneer beleid rond seksualiteit en seksueel misbruik gebaseerd zijn op het algemene beleid, zijn er ook meer mogelijkheden en garanties om de bespreekbaarheid van seksualiteit en seksueel misbruik te vergroten. Immers wanneer er in het alledaagse aandacht is voor beroepshouding, het hanteren van grenzen, dilemma’s of handelingsverlegenheid, dan ligt er een belangrijke basis om ook meer kwetsbare onderwerpen aan de orde te stellen.

Literatuur

  • Lammers, M., Pauli, T., van calamiteit naar preventiebeleid. Beleid en praktijk van de gehandicaptenzorg op het gebied van seksualiteit en seksueel misbruik, TransAct, Utrecht, december 2003.
  • TransActua themakrant, Van incident naar preventie, TransAct Utrecht, december 2003.
  • Houdijk, N., Aandachtspunten, handreiking voor het beoordelen van beleid rond misbruik en seksualiteit, Federatie van Ouderverenigingen, Utrecht, 2004. Bestelnummer: 17109