Onderzoek
In Nederland is maar één landelijk onderzoek gedaan naar het vóórkomen van seksueel misbruik onder mensen met een beperking. Het ging hierbij alleen om de groep mensen met een verstandelijke beperking (Van Berlo, 1995). De onderzoekers vroegen aan een representatieve doelgroep van 500 professionals hoe vaak in een periode van twee jaar seksueel misbruik in deze groep aan het licht is gekomen. Aangegeven werd dat:

  • 1,2% van de mensen met een verstandelijke beperking het slachtoffer is geworden van seksueel misbruik;
  • bij 1,3% vermoedens bestaan dat zij slachtoffer zijn.

Dit betekent, dat bij ongeveer 1100 verstandelijk beperkten seksueel misbruik aan het licht is gekomen en dat bij 1200 daarover een vermoeden bestaat.

Vormen van misbruik
Het gaat hierbij om alle vormen van seksueel misbruik. In een derde van de gevallen was sprake van vormen van penetratie. In ruim een kwart van de gevallen was sprake van seksuele betastingen. Het merendeel van de slachtoffers was vrouw, de plegers waren voornamelijk mannen. De grootste groepen plegers waren ‘andere verstandelijk gehandicapten’ (36%) en ‘mensen uit de thuissituatie van het slachtoffer’ (33%). Andere plegers waren: beroepskrachten (16%) en mensen uit het dorp (cafébezoekers) of de regio (12%). De slachtoffers waren van alle leeftijden, de grootste groep was tussen 17 en 30 jaar.

Beperking en leefsituatie slachtoffers
In al deze gevallen betreft het licht tot matig verstandelijk gehandicapten. Mensen met een ernstige tot zeer ernstige verstandelijke handicap blijven buiten beeld. De onderzoekers vermoeden dat misbruik bij deze personen veel moeilijker aan het licht komt, terwijl zij wel een uitermate kwetsbare groep vormen. Ook zijn de thuis- of begeleid wonende verstandelijk beperkten ondervertegenwoordigd in het onderzoek. Aangenomen moet worden, dat de werkelijke aantallen over de hele groep mensen met een handicap, hoger liggen.

Ander onderzoek
Een kleinschalig onderzoek door Spanjaard (2000) in een residentiële instelling, laat zien dat van de 20 jongens en 22 meisjes (14-19 jaar) met een lichte verstandelijke beperking respectievelijk 26% en 65% aangaf ervaringen te hebben met seksueel misbruik. Kanttekening hierbij is, dat het om een specifieke groep jongeren met gedragsproblematiek in een residentiële instelling gaat.

Volgens Amerikaans onderzoekers lopen kinderen met een beperking gemiddeld ruim anderhalf tot vijf keer meer kans om enige vorm van misbruik mee te maken dan kinderen zonder handicap (Hingsburger 2000; Douma 1998; Crosse 1993).

Literatuur

  • Berlo, W. van; Seksueel misbruik bij mensen met een verstandelijk handicap : een onderzoek naar omvang, kenmerken en preventiemogelijkheden, Eburon, Delft, 1995.
  • Crosse, S.; Kaye, E.; Ratnofsky, A., A report on the maltreatment of children with disabilities, Washington DC: National Clearinghouse on Child Abuse and Neglect Information, 1993.
  • Douma, J.; Bergh, P.; Hoekman, J., van den, Verstandelijk gehandicapten en seksueel misbruik, Lemniscaat, Rotterdam, 1998.
  • Hingsburger, D.; Melberg Schwier, K., Sexuality: Your Sons and Daughters With Intellectual Disabilities, Paul Brookes Pub Co, 2000.
  • Spanjaard, H.; Haspels, M.; Roos, I., Grenzen stellen en respecteren: onderzoek naar effecten van programmaontwikkeling omtrent seksualiteit, Nederlands Tijdschrift Zwakzinnigenzorg, 2000, nr. 26, 211-228.