Het is bekend dat mensen met een verstandelijke beperking meer risico lopen om slachtoffer te worden van seksueel misbruik. Cijfers laten dit zien. Ook is er een groter risico dat ze seksueel grensoverschrijdend gedrag gaan vertonen, of zelf pleger van seksueel misbruik worden.

”’
Risicofactoren om slachtoffer te worden”’
Wat maakt mensen met een beperking zo kwetsbaar? In de leefsituatie van veel mensen met een beperking is sprake van afhankelijkheid, machtsverschillen en isolement. Dit zijn risicofactoren waarvan bekend is dat zij personen kwetsbaar maken voor seksueel misbruik.
Deze risicofactoren hangen vaak samen met zowel de omgeving waarin de persoon met een beperking leeft en als met de beperking zelf.

Factoren die met de omgeving samenhangen:

  • (Blijvende) afhankelijkheid van derden;
  • Benaderd worden op onmogelijkheden, de beperking voorop stellen;
  • Overbescherming, verwenning en aangeleerde hulpeloosheid;
  • Groter sociaal isolement/uitsluiting, waardoor er minder mogelijkheden zijn om ervaringen op te doen en te experimenteren en hiervan te leren;
  • Ontkennen of negeren van sekse en seksualiteit (door opvoeders / begeleiders) en een sekse-neutrale en seksloze benade­ring;
  • Gebrek aan informatie, waardoor er te weinig kennis is over het eigen lichaam, seksualiteit en seksueel misbruik;
  • Veelvuldige lichamelijke contacten, minder privacy en zeggenschap over het eigen lichaam;
  • Niet begrepen en soms niet geloofd worden door de omgeving;
  • Onder- of overschat worden door de omgeving
  • Minder goed grenzen hebben leren stellen in de opvoeding doordat men minder goed geleerd heeft te luisteren en coöperatief te zijn en doordat men minder goed geleerd heeft ‘nee’ te zeggen tegen grensoverschrijding.

Factoren die met de beperking samenhangen:

  • Negatief zelf- en lichaamsbeeld;
  • Verminderde, vertraagde of verstoorde sociale en emotionele ontwikkeling; moeilijker kunnen leren door ervaring;
  • Moeite met inschatten van de veiligheid van situaties en de aard van personen (goed of niet goed);
  • Gemakkelijker beïnvloedbaar zijn en consequenties van eigen gedrag en dat van anderen moeilijker kunnen overzien;
  • Moeilijker tot een eigen identiteit kunnen komen, inclusief sekse en seksuele identiteit.

Risicofactoren om pleger te worden
Een deel van deze risicofactoren maken personen met een beperking ook kwetsbaarder om plegergedrag te ontwikkelen. Opnieuw gaat het om factoren die met de omgeving samenhangen en om factoren die met de beperking en/of de persoon samenhangen. (Bruinsma 1996; Heestermans 1999).

Factoren die met de omgeving samenhangen:

  • Het ontbreken van openheid en adequate (dat wil zeggen éénduidige en bij de cliënt aansluitende) seksuele voorlichting en vorming. Hierdoor worden normen en waarden over wat wel en niet kan onvoldoende geleerd en geïnternaliseerd;
  • Niet adequaat handelen door de omgeving bij seksueel grensoverschrijdend gedrag. Dit kan het gevolg zijn van mythes over seksualiteit bij met name mannelijke cliënten, zoals: ‘een man heeft zijn behoeften’, ‘hij weet niet beter’ of ‘hij groeit hier wel overheen’. Het kan ook het gevolg zijn van handelingsverlegenheid, waardoor het seksueel grensoverschrijdend gedrag eerder wordt bekrachtigd dan afgeleerd.
  • Het achterwege laten van specifieke diagnostiek bij seksueel grensoverschrijdend gedrag. Hierdoor is er onvoldoende zicht op de oorzaken van dit gedrag, het type pleger waarvan sprake is en op de begeleiding of behandeling die nodig is.

//Factoren die met de beperking en/of de persoon samenhangen://

  • Een beperkte cognitieve, sociale en emotionele ontwikkeling. Er is dan een minder gedifferentieerd gevoelsleven en een gebrekkige vaardigheid in het leggen van contacten. Daarnaast is men minder in staat om waarden en normen te internaliseren.
  • Zich minder kunnen inleven in een ander. Dit komt door een gebrekkig sociaal inzicht, door het ontbreken van het besef dat anderen iets anders kunnen willen en voelen dan zijzelf.
  • Een minder ontwikkelde gewetensfunctie: men weet misschien wel dat ‘iets niet mag’, maar heeft geen idee van het ‘waarom’.
  • Een beperkte(re) impulscontrole als gevolg van de handicap, het ontwikkelingsniveau, psychische stoornissen of organische problemen.
  • Een negatief zelfbeeld waardoor men situaties zoekt waarin men zich veiliger voelt, bijvoorbeeld bij kinderen of’zwakkere’ verstandelijk gehandicapten en waarbij sprake kan zijn van machtsuitoefening.
  • Slachtoffer zijn (geweest) van seksueel misbruik of seksueel grensoverschrijdend gedrag en dit gedrag als ‘normaal’ gaan leren zien.

”’
Literatuur”’

  • Belie, E., de; Lesseliers, J.; Ivens, C.; Hove, G., van (redactie), Seksueel misbruik van mensen met een verstandelijke handicap, handboek preventie en hulpverlening, Acco, Leuven/Leusden, 2000.
  • Berlo, W., van, Seksueel misbruik bij mensen met een verstandelijke handicap, een onderzoek naar omvang, kenmerken en preventiemogelijkheden, NISSO-studies nr. 16, Delft: Eburon, 1995.
  • Bruinsma, F., De jeugdige zedendelinquent –diagnostiek, rapportage en behandeling, Uitgeverij SWP, Utrecht, 1996
  • Douma, J.; Bergh, P.; Hoekman, J., van den, Verstandelijk gehandicapten en seksueel misbruik, Lemniscaat, Rotterdam, 1998.
  • Heestermans, H., De verstandelijk gehandicapte als verdachte, lezing themadag Rechercheschool, Zutphen, 21 januari 1999.
  • Lammers, M., Seksualiteit, doen en laten, Modelbeleidsplan, Vereniging Gehandicapten­zorg Nederland, Utrecht, 3e druk 1996