Ontwikkelingsgericht begeleiden in alledaagse situaties. Werkboek voor begeleiders van mensen met een verstandelijke beperking: gebaseerd op de methode van Feuerstein / Dijk, P. van, E. van Doorn, – Soest : Nelissen, 2004. – 128 p. : foto’s, ill.
Met lit.opg. – ISBN 9024416671
Dit werkboek is voor begeleiders van kinderen en volwassenen met een verstandelijke beperking. Aan de hand van opdrachten en voorbeelden wordt beschreven hoe de ontwikkeling van deze mensen gestimuleerd kan worden. De rol van de begeleider staat hierbij centraal. Door stil te staan bij zijn visie en eigen ontwikkeling wordt hij uitgedaagd om te zoeken naar de ontwikkelingskansen van zijn cliënt. Het uitgangspunt van dit boek is dat de begeleider een belangrijke bijdrage kan leveren aan de autonomie van zijn cliënt door in de begeleiding aan te sluiten bij de emotionele behoeften en het denkproces van zijn cliënt zelf. De begrippen die geïntroduceerd worden zijn gebaseerd op het werk van prof. R Feuerstein over mediërend leren. Het accent valt hierbij op de kenmerken van mediatie. Ruim aandacht wordt besteed aan de interactie tussen de begeleider en de cliënt en de wijze waarop dit kan leiden tot ontwikkelingsgericht begeleiden in allerdaagse situaties.

Seksualiteit, intimiteit en hulpverlening: informatie en communicatietraining voor sociaal-agogisch hulpverleners en verpleegkundigen / Mathieu Heemelaar. – Houten: Bohn Stafleu Van Loghum, 1997. – 288 p.
In 2000 is een herziene editie verschenen
ISBN 9031322385
Het boek beoogt de belangrijkste actuele basisinformatie rondom seksualiteit te bundelen en wil de leemte in algemeen inleidende vakliteratuur over grenzen van de hulpverlener ten aanzien van intimiteit in instellingen opvullen. De auteur pleit sterk voor openheid, het bespreekbaar houden van gevoelens in het helpende contact met cliënten. Achtereenvolgens komen in het boek aan de orde: beleving van seksualiteit en intimiteit, wetenschap over seksualiteit, seksuele ontwikkeling, seksuele vorming en voorlichting, seksueel misbruik, seksuele en intieme contacten in de hulpverlening

Gehandicapten: over de onteigening van lichaam en bewustzijn/ Klee, E. – Nijkerk: Uitgeverij Intro, 1981. – 248 p. – ISBN 9026617259
Dit boek plaatst de lezer voor de realiteit van het gehandicapt zijn. Bij hun streven naar zelfrealisatie ervaren gehandicapten de houding van veel niet-gehandicapten als een extra belasting. Gehandicapten worden verzorgd, dat wil zeggen: men zorgt voor hen en vooral daar waar zij niet wezenlijk worden aanvaard zoals ze zijn, betekent dat al gauw dat men voor ze handelt en dat hun de zelfstandigheid wordt ontzegd. Het boek brengt misstanden aan het licht, voortvloeiend uit patronen van denken en handelen, die welhaast structureel zijn te noemen.

Intimiteit: bedreigd of bedreigend/ J. Prakken, P. Driest, Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn (NIZW). – Utrecht: NIZW, 2000. – 148 p.
1e dr. 1997. – ISBN 905050440X
Herkomst: NIZW, Utrecht
Een neerslag van interviews met hulpverleners over hun twijfels en onzekerheden, over hoe ze zich moeten gedragen en over hun gevoel dat ze daarbij soms in de steek gelaten worden door collega’s en meerderen. Ondanks alle protocollen en regels moet een hulpverlener keer op keer zelf beslissen waar de grenzen liggen tussen gewenste, zelfs noodzakelijke en ongewenste intimiteit.

Mensbeelden en moreel handelen in de zorg voor verstandelijk gehandicapten: een empirisch-ethisch onderzoek/ Madeleine Roovers. – s.l.: Valkhof, 2004. – 344 p.
Bevat lit.opg. – ISBN 9056251619
Hoewel volwaardig burgerschap van verstandelijk gehandicapte mensen in zorgvisies en beleidsplannen indringend bepleit wordt, is realisering daarvan in de alledaagse praktijk allerminst vanzelfsprekend. Het vinden van een evenwicht tussen vasthouden en loslaten blijkt niet eenvoudig te zijn en het denken en handelen ten aanzien van verstandelijk gehandicapten wordt gekenmerkt door voortdurende twijfels. In deze studie wordt het probleem van de morele ambivalentie in brede zin aan de orde gesteld. Onderscheidt verstandelijk gehandicapt leven zich in moreel opzicht van normaal leven? Zo ja, waarin liggen dan de verschillen? De theorie en praktijk worden aan een onderzoek onderworpen en er worden voorstellen gedaan om met name begeleiders te ondersteunen in het vinden van het adequate morele oordeel.

Seksualiteit en intimiteit bij mensen met een verstandelijke handicap: de normen, waarden en attitudes van groepsleiding/ Wensink, J.C., A. Vermeer en J.B.F. de Wit.
In: Nederlands tijdschrift voor zwakzinnigenzorg 25 (1999) 1: p. 32-39.
Kwalitatief onderzoek naar de normen, waarden en attitudes van groepsleiders ten aanzien van seksualiteit en intimiteit bij mensen met een verstandelijke handicap. Het blijkt dat groepsleiders vinden dat mensen met een verstandelijke handicap recht hebben op seksualiteit en intimiteit, maar dat de werkelijke behoefte hieraan geen aandacht krijgt. Seksualiteit en intimiteit worden nog niet algemeen aanvaard als hulpvragen. Groepsleiders vinden het moeilijk om met elkaar en met de bewoners over dit onderwerp te praten. Zij hebben verschillende opvattingen over hun verantwoordelijkheden. Hun persoonlijke visies op seksualiteit en intimiteit, het beeld dat zij hebben van de bewoners en de mate van openheid binnen de teams spelen hierbij een belangrijke rol.